|
| |
|
Nederlandse naam: |
|
Roodflankskink |
|
Land van herkomst: |
|
Midden Afrika van Senegal tot Uganda |
|
Grootte: |
|
30 - 40 cm |
| |
Kleuren |
|
De rug heeft een geelbruine tot olijfbruine basiskleur
die op de flanken overgaat in een roestbruin tot
dieprode kleur met hier en daar blauwgrijze schubben.
Deze kleur loopt over de gehele flank van de kin tot aan
het eind van de staart. De buik is vuilwit tot romig wit
gekleurd. Jonge dieren worden geboren met een
donkerbruine flank en een glimmend bruine rugstreep. |
|
| |
Omschrijving |
|
Een zeer massieve skink die de typische bouw heeft van een
skink. De schubben zijn zeer glad en sluiten nauw op elkaar
aan. Er is geen duidelijk afscheiding tussen kop en romp.
|
|
| |
Terrarium: |
|
Breder dan hoog: een grasland/ halfwoestijnterrarium. Omdat
deze skink geen uitgesproken klimmer is zijn nauwelijks
klimtakken nodig in een terrarium. De inrichting kan met een
behoorlijke laag zand , eventueel gemixt met leem zodat het
niet instort als er in gegraven wordt, enkele platte stenen
en een stronkje, of platte stukken kruk zodat dieren zich
aan elkaars zicht kunnen onttrekken. Met een waterbakje en
een voerschaaltje is het terrarium af.
|
|
Temperatuur /
luchtvochtigheid: |
|
27-38°C/ 30-50% overdag
16-21°C/ 50-70% 's nachts |
|
Voedsel: |
|
Alles wat in de bek past. Skinken, en de Mabuya
perrotetti is daar geen uitzondering op, zijn
opportunisten wat inhoudt dat ze alles willen proberen en
daardoor vaak ook redelijk nieuwsgierig zijn. In West
Afrikaanse landen zijn deze skinken, samen met
kolonistenagamen, net zo normaal als bij ons mussen zijn.
Qua voedsel kunt u denken aan krekels, sprinkhaantjes,
vliegen, baby muisjes en andere reptielen, groente, fruit,
vooral zoetige vruchten. |
| |
|
|
|