|
| |
|
Nederlandse naam: |
|
Geelkopdaggekko |
|
Land van herkomst: |
|
Tanzania, Kenia |
|
Grootte: |
|
10 - 12 cm |
| |
Kleuren |
|
Geel-beige kop met een grijsblauw lichaam en staart. De
buik is vuilwit met zwarte vlekken. De mannen zijn te
herkennen aan een zwarte keel en femoraalporiëen tussen
de achterpoten. Vanaf de punt van de snuit loopt over
beide ogen een onduidelijke streep tot de staartbasis.
In de nek beginnen nog twee lateraal (in de lengte)
lopende strepen tot aan de staartbasis. |
|
| |
Omschrijving |
|
De afrikaanse daggekko's zijn nauw verwant aan het genus
Phelsuma van Madagascar. Het zijn kleine, dagactieve
gekko's die voornamelijk op bomen leven waar meerdere
vrouwen het territorium delen van één man. |
|
| |
Terrarium: |
|
Savanne-bosterrarium: hoger dan breed. Omdat Lygodactylus
voornamelijk verticaal leven op bomen, rotsen of in
struiken. Aan te raden is het gebruik van een spotje welke
stralen zonlicht nabootsen. Om de kweek te bevorderen kunnen
droge en natte seizoenen gesimuleerd worden.
|
|
Temperatuur /
luchtvochtigheid: |
|
25-31°C/ 50-80% overdag
18-22°C/ 70-80% 's nachts |
|
Voedsel: |
|
Kleine insecten, spinnen en zoetigheid (Phelsumax) |
| |
|