|
| |
|
Nederlandse naam: |
|
Hagedisvingergekko |
|
Land van herkomst: |
|
Iran, Afghanistan en Pakistan |
|
Grootte: |
|
9 -11 cm |
| |
Kleuren |
|
De rug heeft een zandgele basiskleur met lichtbruine
dwarsbanden die doorlopen tot op de staart. Deze kunnen
bij sommige exemplaren onderbroken zijn. De buik is
duidelijk afgescheiden van de rug door een lichtbruine
streep op de flank. De buik is vaalwit van kleur. |
|
| |
Omschrijving |
|
Een kleine, 's nachts actieve gekko die leeft in de
bergachtige streken van westelijk Afrika. Vroeger werden
deze hagedissen tot de echte hagedisvingergekko's gerekend
die het noorden van Afrika en het Midden Oosten bevolken. De
C. orientalis verstopt zich overdag in insecten- of
knaagdierholen waar het de warme, droge dagen doorbrengt. 's
Nachts komen ze te voorschijn om op kleine insecten te
jagen.
|
|
| |
Terrarium: |
|
Rotsterrarium; breder dan hoog; de C. orientalis is
geen uitgesproken goede klimmer maar klimt zo nu en dan wel
in struikjes en op rotsen op zoek naar voedsel. Een dikke
zandlaag waar de dieren in kunnen weggraven is aan te raden.
Een winterslaap van ca. 3 maanden stimuleert in de kweek.
|
|
Temperatuur /
luchtvochtigheid: |
|
25-32°C/ 30-40% overdag
15-17°C/ 40-50% 's nachts |
|
Voedsel: |
|
Allerlei insecten dienen als voedsel voor deze kleine
gekko's. Hierbij kan gedacht worden aan krekels, meelwormen,
vlinders, vliegen en alles wat ze kunnen overmeesteren. |
| |
|
|
|