|
| |
Nederlandse naam: |
|
Kolonistenagaam |
|
Land van herkomst: |
|
Midden Afrika (Sierra Leone- Tanzania) |
|
Grootte: |
|
Mannetjes 30-35cm, vrouwtjes blijven met 20-25cm
beduidend kleiner |
|
Kleur(en): |
|
Mannen: rood-gele kop, blauw-zwart lichaam. Vrouwen:
grijsbruin met (soms) lichtgele vlekken op de kop.
Binnen deze soort is echter redelijk wat variatie
mogelijk. Op de foto is links duidelijk het vrouwtje
herkenbaar terwijl het mannetje rechts zit. |
|
| |
Omschrijving |
|
Iedereen die in Afrika geweest is heeft ze wel eens gezien,
de kolonistenagamen die, naar het lijkt de rol van de mus
heeft overgenomen en alles pakken wat er op de grond valt.
Kolonistenagamen zijn pure opportunisten die alles zullen
eten wat ze kunnen vinden. Ze leven in droge streken, waar
de mannen een groepje vrouwen om zich heen verzamelen en dat
fel verdedigen tegen soortgenoten. Mannen (en soms ook
vrouwen) hebben een kleine kam in de nek die opgezet kan
worden als de dieren geprikkeld worden. In gevangenschap
verliezen de mannetjes veelal hun kleur. In plaats daarvan
krijgen ze een bruine kop met een grijsgrauw lichaam. Met
intensieve verlichting kan deze kleur weer terug komen.
|
|
| |
Terrarium: |
|
Savanneterrarium: laag, breed met spaarzame beplanting. Een
flink terrarium is geen overbodige luxe daar deze dieren
schrikachtig kunnen zijn en ze hard weg rennen. Een
intensieve (UV) verlichting is geen overbodige luxe om deze
dieren hun kleur te laten behouden, om ontwikkeling van
botten te bevorderen en om het natuurlijk gedrag maximaal
naar voren te laten komen.
|
|
Temperatuur /
luchtvochtigheid: |
|
16-35°C/ 30-40% overdag
16-20°C/ 50-70% 's nachts |
|
Voedsel: |
|
Insecten, jonge muizen, in mindere mate groente en fruit. |
| |
|
|
|