|
| |
|
Nederlandse naam: |
|
- |
|
Land van herkomst: |
|
Brazilië tot aan Argentinië |
|
Grootte: |
|
8 - 12 cm (lichaamslengte) |
| |
Kleuren |
|
Kopborststuk (cephalothorax) bruinzwart met een
lichtbruine rand rond het kopborststuk. Het
achterlichaam (abdomen) heeft een donkerbruine tot
zwarte basiskleur met lange, wollige roestrode
brandharen. De poten hebben een bruinzwarte basiskleur
met lange bruine haren op de poten. |
|
| |
Omschrijving |
|
Een robuust gebouwde spin. Net als andere leden van de
Lasiodora-familie kunnen deze spinnen tot de grootste van de
vogelspinnen gerekend worden. In tegenstelling tot veel
andere Lasiodora is dit een wat onrustigere
vogelspin die sneller zijn brandharen strooit en eerder
dreigt. Lasiodora difficilis graaft vaak een hol
maar is niet schuw en zit regelmatig buiten het hol. Ondanks
hun wat logge uiterlijk kan deze vogelspin razendsnel
reageren op gevaar of voedsel.
|
|
| |
Terrarium: |
|
Breder dan hoog; Lasiodora difficilis houdt wel
enigszins van klimmen maar is van nature een bodembewoner.
In een te hoog terrarium is de kans op vallen en beschadigen
groot. Het terrarium inrichten met een dikke laag
bodemmateriaal van ca. 10cm. Een stuk kurkschors of klimtak
als decoratie is voldoende om het terrarium af te maken. Een
warmtemat of klein bureaulampje (7W) kan voor voldoende
warmte zorgen. Verlichting is niet perse noodzakelijk. Een
klein waterbakje zorgt voor het water, daarnaast eens in de
week sproeien en eventueel de bodem vochtig houden.
|
|
Temperatuur /
luchtvochtigheid: |
|
24-26°C/ 60-70% overdag
21-22°C/ 70-90% 's nachts |
|
Voedsel: |
|
Dierlijk voedsel als krekels, sprinkhanen, dola's, meel- en
moriowormen maar ook reepjes mager vlees. |
| |
|
|
|